ECLI:NL:CRVB:2025:1376
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Terugvordering te veel betaalde WIA-uitkering wegens onvolledige verrekening met ZW-uitkering
Appellante ontving vanaf 11 maart 2020 een WIA-uitkering en vanaf 9 april 2020 een ZW-uitkering via haar werkgever. Het UWV betaalde de WIA-uitkering vanaf april 2020 volledig uit, ondanks dat de ZW-uitkering niet werd verrekend, wat leidde tot een te hoge uitkering. Appellante was ernstig ziek en had daardoor geen zicht op haar financiële situatie.
Het UWV vorderde terugbetaling van het te veel betaalde bedrag, maar hield geen rekening met de persoonlijke omstandigheden van appellante en het eigen aandeel van het UWV in de ontstane situatie, zoals het nalaten van tijdig contact met de werkgever voor verrekening. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Raad oordeelt dat het UWV niet alle relevante feiten heeft betrokken.
De Raad stelt dat appellante redelijkerwijs had kunnen weten dat zij te veel ontving, maar dat gezien haar ziekte en de afspraken met het UWV zij mocht vertrouwen op tijdige verrekening. Het UWV had op grond van dringende redenen van terugvordering moeten afzien. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en appellante krijgt een vergoeding van haar kosten.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering van te veel betaalde WIA-uitkering wordt vernietigd en het UWV moet appellante schadeloos stellen.