ECLI:NL:CRVB:2025:1404
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- M.F. Wagner
- J.J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens laattijdige indiening tegen Tozo-lening
Appellant ontving op 20 mei 2020 een besluit van het college waarin een lening voor bedrijfskapitaal op grond van de Tozo werd toegekend. Hij maakte pas op 16 augustus 2022 bezwaar tegen dit besluit. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaarperiode.
De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde vast dat appellant het besluit eerder dan 5 augustus 2022 had moeten kennen. Appellant betwistte de ontvangst en de verzending van het besluit, maar kon geen verschoonbare redenen voor de termijnoverschrijding aanvoeren.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college aannemelijk had gemaakt dat het besluit op het juiste adres was verzonden en dat er contra-indicaties zijn dat appellant al eerder van het besluit op de hoogte was, onder meer omdat het toegekende bedrag op zijn rekening was bijgeschreven en hij in eerdere correspondentie verwees naar de lening.
De Raad bevestigde de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar en wees het hoger beroep af. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan op 16 september 2025 door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het Tozo-leningbesluit wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens laattijdige indiening zonder verschoonbare redenen.