ECLI:NL:CRVB:2025:1457
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M. Wolfrat
- J.T.H. Zimmerman
- D.H. Harbers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor stofferings- en inrichtingskosten na verhuizing
Appellant ontving sinds 2019 bijstand en moest vanwege sloop van zijn woning in 2022 verhuizen. Hij vroeg bijzondere bijstand aan voor stofferingskosten van €5.000,- en inrichtingskosten van €1.500,-. Het college wees de aanvraag af omdat de stofferingskosten al voldaan waren en de inrichtingskosten niet uit bijzondere omstandigheden voortvloeiden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat bijzondere bijstand alleen kan worden toegekend als kosten zich voordoen, noodzakelijk zijn en voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. De stofferingskosten waren al betaald, waardoor geen recht op bijstand bestond. Voor de inrichtingskosten kon appellant niet aannemelijk maken dat hij door bijzondere omstandigheden niet had kunnen reserveren.
Appellant voerde aan dat hij de verhuizing pas kort van tevoren wist en de verhuisvergoeding had besteed aan andere kosten. De Raad vond echter dat hij al vijf jaar wist van de sloop en geacht wordt te reserveren. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalde omdat de wet een toetsingsverbod kent. De afwijzing blijft in stand en appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand voor stofferings- en inrichtingskosten wordt afgewezen en het bestreden besluit blijft in stand.