Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede, het college
Samenvatting
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
.
Beoordeling door de rechtbank
- Bijzondere bijstand voor de kosten van de papagaai: volgens vaste rechtspraak behoren de kosten van een huisdier tot de algemene noodzakelijke kosten die uit het vaste inkomen moeten (kunnen) worden voldaan. Het gegeven dat de papagaai voor eiseres nuttig en belangrijk is voor haar eigen functioneren maakt dat niet anders. Overigens is het de vraag of er wel sprake is van kosten voor eiseres, omdat deze door haar ouders zijn voldaan. Eiseres maakt de vergelijking met een hulphond. Dan gaat het om een functie die ligt op het terrein van de Zorgverzekeringswet (Zvw). Daarmee is sprake van een voorliggende voorziening in de zin van artikel 15 van Pro de Pw. Eiseres heeft geen melding en aanvraag gedaan op grond van de Wmo 2015. Daarbij geldt overigens dat de Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft bevestigd dat de kosten van een hulphond vallen onder de Zvw en niet onder de Wmo 2015. Bij de kosten voor een hulphond gaat het bovendien om de kosten van aanschaf en training. Als er geen voorliggende voorziening is, dan is er ook geen bijzondere bijstand mogelijk, tenzij daartoe zeer dringende redenen noodzaken (artikel 16 van Pro de Pw). Volgens de nieuwe lijn van de CRvB hoeft bij dringende redenen geen sprake meer te zijn van een acute noodsituatie, maar moet worden afgewogen of het niet verlenen van bijstand ernstige en blijvende gevolgen heeft voor de gezondheid van eiseres. Eiseres heeft niet gesteld en aangetoond dat daarvan sprake is;
- Bijzondere bijstand voor de studiekosten: de aanvraag is afgewezen omdat er geen kosten (meer) zijn, de kosten doen zich niet voor. De betreffende twee facturen zijn namelijk al door de ouders van eiseres voldaan. Die betaling was ook niet bedoeld als lening aan eiseres om de studiekosten voor te schieten: van het begin af aan was het al de bedoeling dat de ouders de opleiding zouden financieren. Dit staat ook in het ondertekende Werkplan. Vanaf 26 juni 2023 is eiseres gewezen op een eventuele mogelijkheid van vergoeding door het Regiomaal Mobiliteit Team (RMT) van de regio Foodvalley. Later bleek hier inderdaad een vergoeding mogelijk te zijn voor de resterende kosten van de opleiding. Deze kosten zijn uiteindelijk niet gemaakt omdat eiseres met de opleiding is gestopt. De financiering van de opleiding (en het eventueel zoeken naar mogelijkheden voor vergoeding) behoort tot de eigen verantwoordelijkheid van degene die die opleiding wil gaan volgen of volgt. Het navraag doen of het verwijzen naar het RMT is niet een directe verplichting van de gemeente Ede. Bovenal was er eerder ook geen aanleiding om te zoeken naar of te wijzen op eventuele mogelijkheden van vergoeding, omdat vanaf het begin duidelijk was dat de ouders van eiseres de opleiding wilden en zouden gaan betalen. Het gegeven dat eiseres van een derde partij een vergoeding had kunnen krijgen voor de kosten van het (uiteindelijk niet gevolgde) tweede deel van haar opleiding kan niet leiden tot het achteraf alsnog ontstaan van recht op bijstand van het college voor het (wel gevolgde) eerste deel van de opleiding. Sowieso is bijstand met terugwerkende kracht op grond van de Pw niet mogelijk. Wellicht kan eiseres alsnog bij het RMT verzoeken om vergoeding van de kosten ter hoogte van € 6.325 of anders het eerder toegezegde bedrag van € 4.445. Dat de doelgroepenregistratie traag zou zijn verlopen kan het college niet verweten worden. Uit het overzicht van de mailberichten blijkt dat het college vanaf in ieder geval 21 december 2021 al regelmatig heeft gewezen op het belang daarvan;
- De dwangsom: voor de berekening daarvan is ten onrechte uitgegaan van 26 oktober 2023. Dat is de datum van de brief van de rechtbank. De ingebrekestelling is ontvangen op 23 september 2023. Dat betekent dat de maximale dwangsom van € 1.442 verschuldigd is. Eiseres heeft nog recht op € 875. De wettelijke rente van de nabetaling bedraagt € 20,42.