ECLI:NL:CRVB:2025:1461
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing maatwerkvoorzieningen keukenaanpassing en vervoer op grond van Wmo 2015
Appellante, met lichamelijke beperkingen, verzocht het college om maatwerkvoorzieningen voor een keukenaanpassing en vervoer op grond van de Wmo 2015. Het college wees deze aanvragen af, stellende dat de partner van appellante gebruikelijke hulp kan bieden in de keuken en dat de financiële vervoersvoorziening gebaseerd op 40 tot 60 kilometer per week voldoende is.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het onderzoek van het college deugdelijk was, dat de hulp van de partner als gebruikelijk kon worden beschouwd en dat de vervoersvoorziening passend was. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar partner wegens medische redenen niet in staat zou zijn tot hulp in de keuken en dat de vervoersvergoeding onvoldoende was.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en oordeelde dat de partner van appellante in staat is de benodigde hulp te verlenen, dat er geen medisch objectieve informatie is die dit tegenspreekt, en dat het college de vervoersbehoefte juist heeft vastgesteld. Ook is het college niet verplicht om extra kosten voor het gebruik van een auto te vergoeden, zeker niet omdat appellante de auto met een persoonsgebonden budget heeft aangeschaft.
Het hoger beroep werd afgewezen, de aangevallen uitspraak bevestigd en appellante kreeg geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de maatwerkvoorzieningen bevestigd.