Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
I. Smit (medewerker van het Uwv).
OVERWEGINGEN
Inleiding
€ 115.422,- als voorschot is uitbetaald.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve vaststelling van de NOW-1 subsidie, omdat zij meent dat de referentieloonsom in januari 2020 niet representatief is door een incidentele bijzondere beloning aan een vertrokken medewerker. De minister stelde dat er geen sprake was van een incidentele betaling, maar van regulier loon over een opzegtermijn. De rechtbank Gelderland oordeelde dat de minister de subsidie correct had vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelt vast dat de werknemer in januari 2020 nog in dienst was en dat het loon over de opzegtermijn als doorlopende loonkosten moet worden beschouwd. De voorbeelden van incidentele betalingen uit de brief van de minister aan de Tweede Kamer zijn hier niet van toepassing. De Raad onderschrijft de motivering van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
De subsidie wordt daarmee definitief vastgesteld op het lagere bedrag en de terugvordering van het teveel betaalde voorschot blijft in stand. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 24 januari 2025.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de lagere subsidie vaststelling en de terugvordering wegens een niet-incidentele daling van de loonsom.