Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Samenvatting
Inleiding
Het oordeel van de Raad
BESLISSING
Bijlage: wettelijke regels
artikel 7, […].
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene vroeg een tegemoetkoming in loonkosten aan op grond van de NOW-1-regeling vanwege omzetverlies door COVID-19. De minister verleende een voorschot, maar stelde later de definitieve subsidie vast op € 0 vanwege een gedaalde loonsom in de subsidieperiode ten opzichte van de referentiemaand januari 2020. Betrokkene maakte bezwaar en stelde dat de belangenafweging niet correct was en dat de loonkosten van een zieke werkneemster niet representatief waren.
De rechtbank oordeelde dat de belangenafweging ten onrechte in het nadeel van de minister was gemaakt en stelde de subsidie vast op € 4.626,60. De minister ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep, die de belangenafweging opnieuw beoordeelde en concludeerde dat het belang van de minister zwaarder weegt. De Raad benadrukte het doel van de NOW-regeling: het behoud van werkgelegenheid door het stimuleren van het gelijk houden van de loonsom.
De Raad vond dat de minister terecht de subsidie op € 0 heeft vastgesteld, omdat betrokkene in staat wordt geacht de resterende loonkosten uit de omzet te financieren. Ook het argument dat de loonkosten van de zieke werkneemster incidenteel waren, werd verworpen. De Centrale Raad van Beroep vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep ongegrond, en veroordeelde de minister tot vergoeding van proceskosten. Het besluit is niettemin onvoldoende gemotiveerd, maar dit gebrek wordt gepasseerd omdat het niet tot benadeling leidt.
Uitkomst: De subsidie op grond van de NOW-1 wordt terecht definitief vastgesteld op € 0,- en het voorschot van € 21.258,- wordt teruggevorderd.