Werknemer was ziek gemeld na een fractuur en vroeg een WIA-uitkering aan. Het Uwv legde aan de werkgever een loonsanctie op wegens onvoldoende reintegratie-inspanningen, met name in spoor 2, waarbij sprake was van een te beperkte inschatting van de belastbaarheid van werknemer. De werkgever verzocht om bekorting van de loonsanctie, wat het Uwv afwees. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en handhaafde het besluit.
De werkgever ging in hoger beroep en stelde dat de belastbaarheid van werknemer wel degelijk gering was en dat het Uwv onvoldoende rekening hield met corona en de professionele marge van de bedrijfsarts. De Raad oordeelde dat het Uwv terecht een loonsanctie oplegde omdat de werkgever onvoldoende reintegratie-inspanningen had verricht en onterecht was uitgegaan van een marginale belastbaarheid.
Echter, het Uwv had niet aannemelijk gemaakt dat de werkgever vanaf het bekortingsverzoek in augustus 2022 in redelijkheid niet tot de verrichte reintegratie-inspanningen kon komen. De Raad vernietigde daarom het besluit tot afwijzing van het bekortingsverzoek en beval het Uwv aan om opnieuw te beslissen, met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd het Uwv veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van griffierechten.