ECLI:NL:CRVB:2025:1590

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
30 oktober 2025
Publicatiedatum
5 november 2025
Zaaknummer
25/898 PW-W-PV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:18, vierde lid, Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek tegen behandelend rechter vanwege vermeende rolstapeling

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen een beslaglegging op zijn uitkering en verzet gedaan tegen een eerdere uitspraak van de Raad. Bij de behandeling van het verzet vroeg verzoeker om wraking van de behandelend rechter, omdat deze tevens waarnemend president van de Raad is, wat volgens verzoeker de schijn van partijdigheid wekt.

De wrakingskamer oordeelt dat een wrakingsgrond moet zijn gebaseerd op feiten of omstandigheden die betrekking hebben op de persoon of het handelen van de rechter. De enkele omstandigheid dat de rechter ook waarnemend president is, vormt geen uitzonderlijke omstandigheid die een zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid oplevert. Verzoeker bracht geen andere concrete wrakingsgronden naar voren.

Daarom wordt het wrakingsverzoek afgewezen. Omdat verzoeker het wrakingsverzoek vroegtijdig en zonder inhoudelijke gronden indiende, wordt geoordeeld dat hij misbruik maakt van de mogelijkheid tot wraking. De Raad bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet in behandeling wordt genomen. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen en een volgend wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen wegens misbruik van recht.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge beslissing op het verzoek om wraking door
[verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)
Datum beslissing: 30 oktober 2025
Zitting hebben: E.J.M. Heijs als voorzitter en J.T.H. Zimmerman en E.C.E. Marechal als leden
Griffier: N. El Khabazi
Verzoeker is niet verschenen. De behandelend rechter heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid te worden gehoord.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
  • wijst het verzoek om wraking af;
  • bepaalt dat een volgend verzoek om wraking in deze zaak niet in behandeling wordt genomen.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 oktober 2025. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
1. Verzoeker heeft bij de Raad beroep ingesteld tegen een beslaglegging op zijn uitkering op 31 augustus 2022. Bij uitspraak van 22 juli 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1073, heeft de Raad zich met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht onbevoegd verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker verzet gedaan.
2. Verzoeker heeft bij aanvang van de behandeling van het verzet ter zitting door J.C. Boeree, lid van de enkelvoudige kamer (behandelend rechter), verzocht om wraking van de behandelend rechter. De behandelend rechter heeft op het wrakingsverzoek gereageerd en te kennen gegeven niet in de wraking te berusten.
3. Verzoeker heeft, samengevat, naar voren gebracht dat sprake is van rolstapeling, omdat de behandelend rechter tevens waarnemend president is van de Raad. Dat de behandelend rechter tocht als rechter in de zaak van verzoeker wekt volgens verzoeker de schijn van partijdigheid, omdat de kans bestaat dat institutionele belangen de overhand krijgen.
4. Een wrakingsgrond moet zijn gelegen in feiten of omstandigheden die betrekking hebben op (de persoon van) de rechter die de zaak behandelt. Bij de beoordeling van een wrakingsverzoek moet voorop staan dat een rechter op grond van zijn of haar aanstelling geacht wordt onpartijdig te zijn. Van dit uitgangspunt moet worden afgeweken als er een uitzonderlijke omstandigheid is die een zwaarwegende aanwijzing vormt voor vooringenomenheid van de rechter. De vrees voor vooringenomenheid van de rechter moet objectief gerechtvaardigd zijn. [1]
5. In het enkele feit dat de behandelend rechter tevens waarnemend president is van de Raad ziet de wrakingskamer van de Raad geen uitzonderlijke omstandigheid die een zwaarwegende aanwijzing vormt dat de behandelend rechter jegens verzoeker een vooringenomenheid koestert, of dat een daarvoor bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Verzoeker heeft verder geen enkele op de persoon van de rechter, haar handelen of beslissingen toegesneden wrakingsgronden naar voren gebracht. Dat betekent dat het wrakingsverzoek moet worden afgewezen.
6. Nu verzoeker direct bij aanvang, nog voor de inhoudelijke behandeling van de zaak, ter zitting, heeft verzocht om wraking van de behandelend rechter en het wrakingsverzoek daarvoor ook al op schrift had gesteld, terwijl hij verder geen enkele op de persoon van de rechter, haar handelen of beslissingen toegesneden wrakingsgronden naar voren heeft gebracht, ziet de Raad aanleiding voor het oordeel dat hij misbruik maakt van de mogelijkheid om wrakingsverzoeken in te dienen. Daarom wordt met toepassing van artikel 8:18, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht bepaald dat een volgend verzoek van verzoeker om wraking in deze zaak niet in behandeling wordt genomen.
7. Voor vergoeding van proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.

Voetnoten

1.Vergelijk het arrest van de Hoge Raad van 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1770, onder 4.2.3.