Uitspraak
BESLISSING
- wijst het verzoek om wraking af;
- bepaalt dat een volgend verzoek om wraking in deze zaak niet in behandeling wordt genomen.
Centrale Raad van Beroep
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen een beslaglegging op zijn uitkering en verzet gedaan tegen een eerdere uitspraak van de Raad. Bij de behandeling van het verzet vroeg verzoeker om wraking van de behandelend rechter, omdat deze tevens waarnemend president van de Raad is, wat volgens verzoeker de schijn van partijdigheid wekt.
De wrakingskamer oordeelt dat een wrakingsgrond moet zijn gebaseerd op feiten of omstandigheden die betrekking hebben op de persoon of het handelen van de rechter. De enkele omstandigheid dat de rechter ook waarnemend president is, vormt geen uitzonderlijke omstandigheid die een zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid oplevert. Verzoeker bracht geen andere concrete wrakingsgronden naar voren.
Daarom wordt het wrakingsverzoek afgewezen. Omdat verzoeker het wrakingsverzoek vroegtijdig en zonder inhoudelijke gronden indiende, wordt geoordeeld dat hij misbruik maakt van de mogelijkheid tot wraking. De Raad bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet in behandeling wordt genomen. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen en een volgend wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen wegens misbruik van recht.