ECLI:NL:CRVB:2025:1604
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening Wajong-uitkering naar 85% zonder nieuwe feiten
Appellant, geboren in 1989 en rolstoelafhankelijk door microcefalie en ernstige verstandelijke beperking, kreeg in 2007 een Wajong-uitkering toegekend van 75% van de grondslag. In 2022 werd deze uitkering verhoogd naar 85%, met terugwerkende kracht tot 2021. Appellant verzocht echter om herziening van het besluit uit 2007 om de verhoging vanaf zijn achttiende verjaardag toe te kennen.
Het UWV stelde dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die een herziening rechtvaardigden en wees het verzoek af. De rechtbank bevestigde dit oordeel en oordeelde dat de medische gegevens uit 2007 al duidelijk maakten dat appellant volledig ADL-afhankelijk was, zodat geen sprake was van nieuwe feiten. Tevens is een aanvraag vereist voor verhoging bij hulpbehoevendheid, welke appellant niet had gedaan.
Appellant stelde dat de medische stukken uit 2007 als nieuw feit moesten worden beschouwd en dat het besluit evident onredelijk was. De Centrale Raad van Beroep verwierp deze argumenten, bevestigde dat het UWV niet verplicht was appellant te wijzen op de mogelijkheid van verhoging en dat het besluit niet onmiskenbaar onjuist was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV om niet terug te komen op het besluit van 2007 wordt bevestigd.