ECLI:NL:CRVB:2025:1615
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering Wajong-uitkering en matiging boete wegens overschrijding redelijke termijn
In deze zaak staat centraal of het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) terecht de Wajong-uitkering van betrokkene heeft herzien en het te veel betaalde bedrag heeft teruggevorderd, alsmede of de opgelegde boete terecht is. De Raad heeft eerder vastgesteld dat betrokkene werkzaamheden als DHL-koerier heeft verricht zonder dit aan het Uwv te melden, waardoor de inlichtingenplicht is geschonden.
Het Uwv heeft de inkomsten uit deze werkzaamheden schattenderwijs vastgesteld op basis van facturen en opdrachtlijsten van twee onderaannemers, waarbij een bedrag per opdracht werd gehanteerd. Hoewel betrokkene bezwaar maakte tegen deze berekeningswijze, oordeelt de Raad dat het Uwv voldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe de herziening en terugvordering zijn berekend, en dat het ontbreken van concrete gegevens voor rekening van betrokkene komt.
Verder heeft de Raad geoordeeld dat het Uwv terecht een boete heeft opgelegd wegens het niet nakomen van de inlichtingenplicht. Vanwege een overschrijding van bijna vijf jaar in de procedure wordt de boete met 10% gematigd. De Raad vernietigt de eerdere uitspraak en de boetebesluiten, verklaart het beroep gegrond, en bevestigt dat de herziening en terugvordering in stand blijven, met een boete vastgesteld op € 680,40. Het Uwv wordt veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De herziening en terugvordering van de Wajong-uitkering worden bevestigd en de boete wordt met 10% gematigd tot € 680,40 wegens overschrijding van de redelijke termijn.