ECLI:NL:CRVB:2025:193
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering Wajong-uitkering wegens niet gemelde werkzaamheden als koerier
Betrokkene ontvangt sinds 2009 een Wajong-uitkering vanwege een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Het UWV stelde na een melding van de Inspectie SZW vast dat betrokkene in 2018-2019 als koerier voor verschillende onderaannemers van DHL heeft gewerkt en inkomsten heeft genoten zonder dit te melden, wat een schending van de inlichtingenplicht oplevert.
Het UWV legde een herziening en terugvordering van de uitkering op, evenals een boete wegens het niet nakomen van de inlichtingenplicht. De rechtbank vernietigde deze besluiten vanwege onvoldoende bewijs dat betrokkene zelf de werkzaamheden had verricht, mede omdat er aanwijzingen waren dat ook anderen onder zijn p-nummer reden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het UWV voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat betrokkene de werkzaamheden heeft verricht, op basis van diverse onderzoeksgegevens, verklaringen van depothouders, scans van de chauffeurspas en facturen. Wel is de hoogte van de herziening en terugvordering onvoldoende gemotiveerd, omdat het UWV niet duidelijk heeft gemaakt hoe het de inkomsten heeft geschat.
De Raad draagt het UWV op binnen zes weken een nieuwe beslissing te nemen met een nadere motivering over de hoogte van de herziening, terugvordering en boete. De beslissing over de boete wordt aangehouden. Betrokkene heeft onvoldoende onderbouwd dat hij medisch niet in staat was te werken of dat er dringende redenen zijn om van terugvordering af te zien.
Uitkomst: Het UWV moet de herziening en terugvordering nader motiveren en een nieuwe beslissing nemen; de boete blijft aangehouden.