Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
- de wijze van verkrijging en vervreemding van twee onroerende zaken die vanaf 20 juli 1995 tot 4 september 2008 (adres X) en vanaf 12 april 2005 tot 20 april 2009 (adres Y) op naam van appellante stonden en welke onroerende zaken daarna zijn verkocht voor een bedrag van € 1.400.000,-, respectievelijk € 70.000,-;
- een door appellante, als eigenaar van de woning aan adres X, ontvangen schadevergoeding van € 200.000,- op 9 september 2005 (schadevergoeding).
Het oordeel van de Raad
- appellante van 20 juli 1995 tot 4 september 2008 eigenaar was van de onroerende zaak op adres X;
- aan haar als eigenaar hiervan in 2005 een schadevergoeding van € 200.000,- is overgemaakt;
- appellante de onroerende zaak op adres X op 4 september 2008 heeft verkocht voor een bedrag van € 1.400.000.-;
- appellante vanaf 1998 tot ten minste het moment van verkoop in 2008 woonde in de woning op adres X;
- dat het verkoopbedrag van de onroerende zaak op adres X bij aanvang van de bijstand in maart 2009 nog in een depot lag bij de bij de verkoop betrokken notaris;
- appellante vanaf 12 april 2005 tot 20 april 2009 – en dus ook bij aanvang van bijstand in maart 2009 – eigenaar was van de op haar naam staande onroerende zaak op adres Y;
- appellante de onroerende zaak op adres Y op 20 april 2009 aan haar broer heeft verkocht voor een bedrag van € 70.000,-;
- appellante geen melding heeft gemaakt van de ontvangst van de schadevergoeding, van het bedrag dat zij naar aanleiding van de verkoop van de onroerende zaak op adres X heeft ontvangen en ook niet van het eigendom en de opbrengsten van de verkoop van de onroerende zaak op adres Y;
- als appellante wel na de verkoop van de onroerende zaken kon beschikken over het daarmee vrijgekomen vermogen, de intrekking en terugvordering over de gehele te beoordelen periode en de afwijzingen van de aanvragen stand houden.