ECLI:NL:CRVB:2025:1705
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke toekenning bijzondere bijstand voor kosten bewindvoering en toetsing draagkrachtbeleid
In deze zaak gaat het om de hoogte van de bijzondere bijstand die het college van burgemeester en wethouders van Deventer aan appellant toekent voor de kosten van bewindvoering. Appellant ontvangt bijstand volgens de instellingsnorm en heeft sinds 2019 bijzondere bijstand ontvangen voor bewindvoeringskosten. Het college heeft slechts een deel van de kosten toegekend, omdat appellant volgens het gemeentelijk beleid draagkracht heeft in zijn vermogen.
Appellant betwist dit en stelt dat het beleid, dat een vrijlating van 2,5 keer de toepasselijke bijstandsnorm hanteert, in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en het collegebeleid bevestigd. De Raad toetst of het college binnen de grenzen van een redelijke beleidsbepaling is gebleven en of bijzondere omstandigheden een afwijking van het beleid rechtvaardigen.
De Raad oordeelt dat het college het onderscheid in bijstandsnormen en de vrijlating van 2,5 keer de norm baseert op het gangbare kostenpatroon en de leefsituatie van appellant. Dit beleid blijft binnen de grenzen van redelijkheid. Appellant heeft geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die een afwijking van het beleid rechtvaardigen. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot gedeeltelijke toekenning van bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten blijft in stand.