ECLI:NL:CRVB:2025:1883
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep bevestigt juiste vaststelling dagloon WIA-uitkering zonder startersregeling
Betrokkene werkte in de referteperiode bij meerdere werkgevers en ontving een nabetaling in juli 2013. Het UWV stelde het dagloon voor haar WIA-uitkering vast op basis van de referteperiode 1 juli 2013 tot en met 30 juni 2014, waarbij de startersregeling niet werd toegepast omdat betrokkene in de eerste maand loon had ontvangen.
De rechtbank had het besluit van het UWV vernietigd en het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen dat aan het evenredigheidsbeginsel voldoet, omdat de strikte toepassing van het Dagloonbesluit volgens de rechtbank tot een onevenredig nadeel voor betrokkene leidde.
In hoger beroep heeft het UWV het dagloon herberekend met inachtneming van recente jurisprudentie, waarbij het aantal dagloondagen werd aangepast en het dagloon werd verhoogd. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat betrokkene terecht niet als starter wordt aangemerkt en dat het UWV het dagloon correct heeft vastgesteld. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep tegen het herziene besluit ongegrond en veroordeelt het UWV in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het beroep tegen het herziene besluit van het UWV wordt ongegrond verklaard en het dagloon is correct vastgesteld zonder toepassing van de startersregeling.