Appellante ontving sinds december 2019 bijstand, maar het college stelde bij heronderzoek vast dat zij inkomsten had uit yogalessen en een inschrijving bij de Kamer van Koophandel niet had gemeld. Hierdoor werd de bijstand ingetrokken en teruggevorderd, en werd een boete opgelegd wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank handhaafde deze besluiten grotendeels, maar appellante ging in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij niet als zelfstandige actief was en dat het college het recht op bijstand niet kon vaststellen. De intrekking en terugvordering bleven daarom in stand.
De boete werd gematigd vanwege appellantes beperkte draagkracht en de overschrijding van de redelijke termijn in de procedure. Daarnaast werd appellante een immateriële schadevergoeding van € 500 toegekend wegens de termijnoverschrijding. Ook werden proceskosten en griffierechten aan appellante vergoed.
De uitspraak bevestigt het belang van het naleven van de inlichtingenverplichting bij bijstandsverlening en benadrukt de gevolgen van het niet verstrekken van volledige informatie. De Raad matigt de boete passend en compenseert de procedurele vertraging met een schadevergoeding.