ECLI:NL:CRVB:2025:1898
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag individuele inkomenstoeslag wegens geen langdurig laag inkomen
In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep op 16 december 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen de afwijzing van een aanvraag voor een individuele inkomenstoeslag door het dagelijks bestuur van Laborijn. De appellant, die tot oktober 2019 bijstand ontving op grond van de Participatiewet, had in de referteperiode van 5 mei 2019 tot 5 mei 2022 een inkomen dat hoger was dan de toepasselijke bijstandsnorm. De aanvraag werd afgewezen omdat appellant niet voldeed aan de voorwaarde van een langdurig laag inkomen. Appellant stelde dat zijn gemiddelde inkomen over 36 maanden in aanmerking genomen had moeten worden, maar de Raad oordeelde dat de beoordeling op jaarbasis moest plaatsvinden. De Raad bevestigde de afwijzing van de aanvraag, omdat het inkomen van appellant in 2020 aanzienlijk boven de bijstandsnorm lag, en er geen sprake was van een marginale overschrijding. De rechtbank Gelderland had eerder de afwijzing van de aanvraag gegrond verklaard, maar de Raad heeft deze beslissing in stand gelaten. Appellant kreeg geen vergoeding voor proceskosten en het betaalde griffierecht werd niet teruggegeven.