Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, geboren in 1998, vroeg aanvankelijk in 2017 een Wajong-uitkering aan vanwege diverse psychische en verstandelijke beperkingen. Het UWV wees deze aanvraag af omdat de situatie toen niet als duurzaam werd beschouwd. In 2021 diende appellante een nieuwe aanvraag in, nu met aanvullende diagnoses waaronder anorexia nervosa. Het UWV weigerde opnieuw, stellende dat er nog mogelijkheden tot arbeidsontwikkeling waren. De rechtbank bevestigde dit standpunt.
Appellante ging in hoger beroep en stelde dat zij duurzaam geen arbeidsvermogen heeft en niet in staat is basale werknemersvaardigheden te ontwikkelen. De Raad beoordeelde het medisch en arbeidskundig onderzoek en concludeerde dat het UWV onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat arbeidsvermogen zich nog kan ontwikkelen. De complexe medische voorgeschiedenis en de intensieve begeleiding zonder blijvende vooruitgang ondersteunen dit oordeel.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en bepaalde dat appellante met ingang van 9 juli 2021 recht heeft op een Wajong-uitkering. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Appellante krijgt met ingang van 9 juli 2021 recht op een Wajong-uitkering wegens duurzaam ontbreken van arbeidsvermogen.