Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder en kreeg een waarschuwing vanwege niet gemelde bijschrijvingen en contante stortingen op haar bankrekening. Het college herzag de bijstand en vorderde een bedrag terug, en legde een boete op wegens schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond voor herziening en terugvordering, maar vernietigde het boetebesluit wegens onvoldoende motivering over verwijtbaarheid en gaf opdracht tot een nieuw besluit.
Het college herzag de boete naar €310, uitgaande van verminderde verwijtbaarheid. De Raad oordeelde dat de herziening en terugvordering terecht waren omdat appellante vrij over de bedragen kon beschikken en haar inlichtingenplicht had geschonden. De Raad vernietigde de opdracht van de rechtbank tot een nieuw boetebesluit, stelde zelf de boete vast en ging uit van verminderde verwijtbaarheid vanwege persoonlijke omstandigheden, waaronder een autismespectrumstoornis.
Verder kende de Raad appellante een schadevergoeding van €500 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn in de rechterlijke fase en vergoedde proceskosten. De uitspraak bevestigt de herziening en terugvordering, stelt de boete definitief vast en regelt de vergoeding voor de overschrijding van de redelijke termijn.