ECLI:NL:RBLIM:2025:6040
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking, terugvordering bijstand en oplegging boete wegens niet hebben hoofdverblijf op uitkeringsadres
Eiser ontving vanaf 18 november 2021 bijstand op grond van de Participatiewet, berekend op basis van een hoofdverblijf in een adres in de gemeente Beekdaelen. Verweerder stelde na onderzoek vast dat eiser in de periode van december 2022 tot maart 2023 voornamelijk in Leiden en omgeving verbleef en niet zijn hoofdverblijf had op het uitkeringsadres. Op grond hiervan trok verweerder de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde het ten onrechte ontvangen bedrag van €19.667,72 terug.
Eiser voerde aan dat hij wel zijn hoofdverblijf in Beekdaelen had en dat hij regelmatig in Leiden, Den Haag en Brussel verbleef vanwege politieke en geloofsactiviteiten. De rechtbank oordeelde echter dat de lage waterconsumptie, het ontbreken van afvalaanbiedingen, de pintransacties in de Randstad, het summiere meubilair en de verklaringen van begeleiders voldoende bewijs vormden dat eiser niet zijn hoofdverblijf op het uitkeringsadres had.
Daarnaast werd vastgesteld dat eiser zijn inlichtingenverplichting had geschonden door niet te melden dat hij niet op het uitkeringsadres verbleef en door het niet melden van hoge contante stortingen. Verweerder had daarom terecht de bijstand ingetrokken, teruggevorderd en een boete van €729,96 opgelegd. De rechtbank vond de boete evenredig en de belangenafweging van verweerder rechtmatig. De beroepen van eiser werden ongegrond verklaard en de besluiten bleven in stand.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard, de intrekking, terugvordering en boetebesluiten blijven in stand.