ECLI:NL:CRVB:2025:569
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens niet-duurzaam ontbreken arbeidsvermogen
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering op grond van zijn autisme en verstandelijke beperking, stellende dat hij op zijn achttiende verjaardag duurzaam geen arbeidsvermogen had. Het UWV weigerde de uitkering omdat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam was, een besluit dat de rechtbank bevestigde. De rechtbank motiveerde dat appellant ondanks zijn beperkingen leerbaar is en met intensieve begeleiding vaardigheden kan ontwikkelen die arbeidsparticipatie mogelijk maken, ook in een beschutte werkomgeving.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de ernst van zijn verstandelijke beperking en multidisciplinaire problematiek onvoldoende in aanmerking waren genomen en dat het ontbreken van arbeidsvermogen wel degelijk duurzaam is. De Raad oordeelt dat het UWV terecht heeft geconcludeerd dat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam is, mede op basis van een beoordelingskader uit het Compendium Participatiewet en medische rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep.
De Raad stelt vast dat appellant met adequate begeleiding in een veilige en vertrouwde omgeving verdere ontwikkeling kan doormaken, waardoor arbeidsparticipatie in de toekomst mogelijk blijft. Het hoger beroep faalt en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Wel is sprake van een motiveringsgebrek in het bestreden besluit, maar dit leidt niet tot benadeling van appellant. De Raad veroordeelt het UWV in de proceskosten en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de Wajong-uitkering wordt bevestigd.