ECLI:NL:CRVB:2025:592
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning IVA-uitkering per 5 mei 2020 zonder verdergaande terugwerkende kracht
Appellante was sinds 31 maart 2017 arbeidsongeschikt en ontving vanaf 29 maart 2019 een loongerelateerde WGA-uitkering. Een verzoek tot herbeoordeling in 2021 leidde tot een besluit van het Uwv dat appellante niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was. Na bezwaar werd de IVA-uitkering toegekend met ingang van 5 mei 2020.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, omdat niet was gebleken dat appellante vanwege gebrek aan inzicht in haar medische situatie eerder een aanvraag had kunnen doen. Appellante stelde in hoger beroep dat zij de eerdere beslissingen niet had ontvangen en daarom niet op haar rechten was gewezen.
De Raad oordeelt dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een bijzonder geval dat een verdergaande terugwerkende kracht rechtvaardigt. De Raad benadrukt dat onbekendheid met regelgeving onvoldoende is en dat het recht op terugwerkende kracht wettelijk beperkt is tot 52 weken voorafgaand aan het verzoek. Het hoger beroep wordt verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toekenning van de IVA-uitkering per 5 mei 2020 zonder verdergaande terugwerkende kracht.