Uitspraak
SAMENVATTING
ZW-uitkering en de hoogte van het dagloon, slagen niet. Het door appellante gedane verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, werkzaam als afroepbesteller bij een pakketbezorgingsbedrijf, kreeg vanaf 1 juni 2016 een ZW-uitkering toegekend met een dagloon van €63,99. Zij stelde dat de hoorplicht was geschonden omdat zij niet de mogelijkheid kreeg haar bezwaar mondeling toe te lichten, en betwistte de hoogte van het dagloon. De rechtbank Rotterdam verklaarde het bezwaar ongegrond en bevestigde het dagloon op basis van een vonnis van de kantonrechter.
In hoger beroep stelde appellante opnieuw dat de hoorplicht was geschonden omdat zij geen afhaalbericht ontving voor een aangetekende brief. De Raad erkende deze schending, maar passeerde het gebrek omdat aannemelijk was dat appellante hierdoor niet benadeeld was; zij kon haar standpunten alsnog mondeling toelichten tijdens de procedure. De Raad verwierp de bezwaren tegen de toekenning en hoogte van de ZW-uitkering, mede omdat het dienstverband tot 1 juni 2016 liep en het dagloon was vastgesteld op basis van het vonnis van de kantonrechter en beschikbare gegevens.
Het verzoek om schadevergoeding wegens het vermeende onrechtmatige besluit werd afgewezen omdat het besluit niet onrechtmatig was. De Raad veroordeelde het Uwv tot vergoeding van de proceskosten en griffierecht van appellante. De uitspraak bevestigt daarmee het bestreden besluit en laat de toekenning van de ZW-uitkering en het dagloon ongewijzigd.
Uitkomst: De toekenning van de ZW-uitkering met dagloon van €63,99 wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.