ECLI:NL:CRVB:2025:705
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terug te komen op besluit Wajong-uitkering van 2016
Appellant heeft in 2016 een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, die door het UWV is afgewezen. Na eerdere procedures waarin deze afwijzing werd bevestigd, diende appellant in 2022 een nieuw verzoek in om terug te komen op het besluit van 2016, met aanvullende medische stukken. Het UWV wees dit verzoek af omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren.
De rechtbank bevestigde dit standpunt en oordeelde dat de overgelegde medische stukken, waaronder die van de Lymfoedeem Werkgroep Drachten en het Academisch Ziekenhuis Leiden, geen nieuwe feiten bevatten die niet eerder hadden kunnen worden ingebracht. Ook was geen sprake van een onmiskenbaar onjuist besluit in de eerdere procedure.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank gevolgd. De Raad benadrukte dat het verzoek om terug te komen op een besluit getoetst wordt aan artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en dat appellant onvoldoende nieuwe feiten of veranderde omstandigheden heeft aangetoond. Het verzoek om een deskundige te benoemen werd afgewezen. Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de Wajong-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om terug te komen op het besluit van 26 augustus 2016 en verklaart het hoger beroep ongegrond.