ECLI:NL:CRVB:2025:844
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onterechte herziening en terugvordering WIA-uitkering wegens niet gemeld vrijwilligerswerk
Appellante ontving sinds 2016 een WIA-uitkering en verrichtte onbetaalde werkzaamheden bij een commercieel bedrijf zonder dit te melden aan het Uwv. Het Uwv herzag de uitkering en vorderde een bedrag terug, tevens legde het een boete op wegens schending van de inlichtingenplicht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de besluiten.
In hoger beroep stelde appellante dat het werk vrijwilligerswerk was op medisch advies en dat zij geen inkomen ontving, waardoor herziening en boete onterecht waren. De Raad oordeelde dat hoewel de inlichtingenplicht was geschonden, er geen sprake was van inkomen zoals bedoeld in de Wet WIA, waardoor herziening en terugvordering onterecht waren.
Ook de boete werd vernietigd omdat geen benadelingsbedrag was vastgesteld. De Raad gaf appellante een schriftelijke waarschuwing en veroordeelde het Uwv tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van correcte toepassing van de Wet WIA en de beoordeling van vrijwilligerswerk in relatie tot inkomen.
Uitkomst: De herziening en terugvordering van de WIA-uitkering en de opgelegde boete zijn onterecht; de Raad geeft een schriftelijke waarschuwing en veroordeelt het Uwv tot proceskostenvergoeding.