Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
.
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt het college in de proceskosten van betrokkenen tot een bedrag van € 1.868,-.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene A ontving een immateriële schadevergoeding van €65.000,- na een medische fout die leidde tot ernstig en blijvend letsel. Het college van burgemeester en wethouders van Arnhem trok daarop de bijstand in, omdat het volgens het beleid slechts 1/3 deel van de immateriële schadevergoeding vrijlaat en 2/3 deel als vermogen rekent.
De rechtbank oordeelde dat het college deze vaste gedragslijn niet zonder individuele belangenafweging mag toepassen en dat de volledige immateriële schadevergoeding vrijgelaten moet worden. Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, maar de Raad bevestigde de rechtbank met verbeterde gronden.
De Raad stelde vast dat de immateriële schadevergoeding bedoeld is voor het resterende leven van betrokkene en dat het college onvoldoende rekening hield met haar persoonlijke omstandigheden. De statistische eindleeftijd van 86,3 jaar werd als uitgangspunt genomen, wat resulteerde in een relatief laag bedrag per maand. Gezien de aard en hoogte van de vergoeding en de bijstandsnorm was het onredelijk om 2/3 deel als vermogen te rekenen.
De Raad veroordeelde het college in de proceskosten en bevestigde dat het college de bijstand niet had mogen intrekken, beëindigen en terugvorderen. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige, individuele belangenafweging bij de beoordeling van immateriële schadevergoedingen in het kader van bijstandsverlening.
Uitkomst: De bijstand mocht niet worden ingetrokken, beëindigd en teruggevorderd omdat de immateriële schadevergoeding volledig vrijgelaten moet worden.