ECLI:NL:CRVB:2015:2292
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens niet-interen op toegekende schadevergoeding
Appellant ontvangt sinds 1996 bijstand en kreeg in 2012 een schadevergoeding van €40.000,- na een verkeersongeval. Het dagelijks bestuur stelde vast dat twee derde van deze vergoeding als vermogen moest worden aangemerkt, waardoor appellant geen recht had op bijstand vanaf 2008 en de kosten van bijstand werden teruggevorderd.
Appellant voerde aan dat een deel van de vergoeding bestemd was voor toekomstige invaliditeitskosten en dat het dagelijks bestuur willekeurig handelde door een vaste gedragslijn toe te passen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak.
De Raad oordeelde dat de vaststellingsovereenkomst bindend is en dat appellant onvoldoende concrete onderbouwing gaf voor toekomstige kosten die buiten de bijstand zouden vallen. Het dagelijks bestuur handelde niet willekeurig en hield rekening met persoonlijke omstandigheden van appellant. De terugvordering van €20.725,60 is daarom terecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van bijstand wordt bevestigd.