ECLI:NL:CRVB:2026:151
Centrale Raad van Beroep
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vijfde verzoek om herziening inzake dienstongeval ambtenaar
Verzoekster, werkzaam als ambtenaar bij een penitentiaire inrichting, liep op 26 mei 2005 tijdens verplichte dienstsport letsel op aan haar linkerknie door een dienstongeval. De minister van Justitie en Veiligheid weigerde aansprakelijkheid te erkennen voor de schade, maar kende wel een bedrag van € 10.000 toe als genoegdoening voor tekortkomingen in het re-integratietraject. De rechtbank en de Raad van State bevestigden de besluiten, waarbij de Raad slechts een vergoeding van € 1.000 voor buitengerechtelijke kosten toekende.
Verzoekster diende meerdere verzoeken om herziening in, waarvan dit het vijfde is. Zij stelt dat de uitspraak van 2013 gebaseerd is op onjuiste visies en onrechtmatig handelen van de minister, wat ernstige schade heeft veroorzaakt. De Raad oordeelt dat herziening alleen mogelijk is bij nieuwe feiten die voorheen niet bekend waren en tot een andere uitspraak zouden leiden.
De Raad concludeert dat verzoekster geen nieuwe feiten aanvoert die aan deze criteria voldoen en dat het verzoek dient te worden afgewezen. Tevens waarschuwt de Raad dat bij een volgend verzoek zonder nieuwe feiten sprake kan zijn van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht, met mogelijke veroordeling in proceskosten. De uitspraak van 17 oktober 2013 blijft daarmee ongewijzigd.
Uitkomst: Het vijfde verzoek om herziening wordt afgewezen omdat niet is voldaan aan de wettelijke vereisten voor herziening.