ECLI:NL:CRVB:2026:174
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens te lang verblijf in buitenland zonder zeer dringende redenen
Appellant verbleef langer dan vier weken aaneengesloten in het buitenland, waardoor op grond van artikel 13 van Pro de Participatiewet geen recht op bijstand bestond. Het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk trok daarom de bijstand per 4 januari 2022 in. Appellant voerde aan dat hij door een val in Engeland in het ziekenhuis moest worden opgenomen en bedrust nodig had, en dat zijn woning tijdelijk onbewoonbaar was door renovatie, waardoor hij niet eerder kon terugkeren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van een acute noodsituatie of zeer dringende redenen zoals bedoeld in artikel 16 van Pro de Participatiewet. De stellingen van appellant werden niet met stukken onderbouwd en de Raad ontving geen aanvullende medische rapportages.
De Raad benadrukte dat zeer dringende redenen een schrijnende situatie vereisen waarbij het niet verlenen van bijstand tot ernstige gevolgen leidt. De omstandigheden van appellant voldeden hier niet aan. Ook verwees de Raad naar eerdere rechtspraak en maakte duidelijk dat de intrekking van de bijstand in stand blijft en dat appellant geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens te lang verblijf in het buitenland zonder zeer dringende redenen wordt bevestigd.