Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
.De wettelijke regels en beleidsregels die voor de beoordeling van het hoger beroep belangrijk zijn, zijn (ook) te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontvangt sinds 2001 een WAO-uitkering en sinds 2007 een toeslag op grond van de Toeslagenwet. Het UWV beëindigde de toeslag per 1 mei 2023 vanwege hogere gezamenlijke inkomsten dan het sociaal minimum. Appellante ontving echter nog toeslag over mei en juni 2023, waardoor zij €1.421,58 te veel ontving. Na bezwaar corrigeerde het UWV dit bedrag naar €645,54, omdat de inkomsten van haar partner waren gewijzigd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en bevestigde de terugvordering. Appellante voerde in hoger beroep aan dat er dringende redenen waren om van terugvordering af te zien, onder meer vanwege haar leeftijd, schuldenlast en het ontbreken van een belangenafweging door het UWV.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV alle relevante feiten en omstandigheden heeft meegewogen en dat het teruggevorderde bedrag is verrekend met een nabetaling, waardoor appellante dit niet uit eigen middelen hoeft terug te betalen. De enkele stelling van een andere schuld leidt niet tot een onevenredige terugvordering. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van €645,54 te veel betaalde toeslag wegens ontbreken van dringende redenen.