ECLI:NL:CRVB:2026:448
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning Wajong-uitkering wegens duurzaam ontbreken arbeidsvermogen
Appellant, geboren in 2005, vroeg een Wajong-uitkering aan omdat hij duurzaam geen arbeidsvermogen zou hebben vanwege ADHD, PDD-NOS en een laag IQ. Het UWV weigerde de uitkering omdat het ontbrak aan voldoende bewijs dat het ontbreken van arbeidsvermogen duurzaam was, mede vanwege mogelijke hersenontwikkeling tot 28 jaar.
De rechtbank bevestigde dit standpunt en verklaarde het beroep ongegrond. Appellant stelde dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam zou zijn. Hij verwees naar medische rapporten en vroeg om een onafhankelijke deskundige.
De Raad oordeelt dat het UWV niet aannemelijk heeft gemaakt dat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam is. De motivering van het UWV was te algemeen en onvoldoende toegespitst op appellant. De Raad vernietigt het besluit en kent appellant met ingang van zijn achttiende verjaardag de Wajong-uitkering toe.
Daarnaast veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten van appellant. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 15 april 2026.
Uitkomst: Appellant krijgt met ingang van zijn achttiende verjaardag recht op een Wajong-uitkering wegens duurzaam ontbreken van arbeidsvermogen.