Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2026:514

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
7 mei 2026
Publicatiedatum
4 mei 2026
Zaaknummer
24/2600 VALYS
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:2 AwbWet maatschappelijke ondersteuning 2015
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing hoog persoonlijk kilometerbudget wegens ontbreken uitzonderlijke situatie

Betrokkene, geboren in 1939 en met mobiliteitsbeperkingen, vroeg om een hoog persoonlijk kilometerbudget (pkb) van maximaal 1000 kilometer per jaar vanwege logistieke problemen bij reizen binnen Zeeland. MedTadvies wees dit verzoek af, waarna de rechtbank het beroep van betrokkene gegrond verklaarde en een hoog pkb toekende vanwege een uitzonderlijke situatie, met name het ontbreken van treinverbindingen tussen haar woonplaats en haar gewenste bestemmingen.

MedTadvies ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het Indicatieprotocol Hoog Persoonlijk Kilometer Budget niet bedoeld is om omgevingsgebonden factoren zoals het beperkte treinnetwerk in Zeeland als uitzonderlijke situatie te erkennen. De Raad stelde dat betrokkene medisch gezien in staat is om met hulpmiddelen en begeleiding met de trein te reizen, en dat het feit dat familie ver weg woont geen bijzondere omstandigheid is die afwijkt van het protocol rechtvaardigt.

De Raad concludeerde dat toepassing van het Indicatieprotocol in dit geval niet leidt tot een onredelijk bezwarende uitkomst voor betrokkene. Daarom vernietigde de Raad het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond, waarmee het bestreden besluit van MedTadvies in stand blijft. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van het hoog persoonlijk kilometerbudget blijft in stand.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
24/2600 VALYS
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 8 oktober 2024, 24/3174 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
MedTadvies B.V. (voorheen: FMMU Advies B.V.) (MedTadvies)
[betrokkene] (betrokkene)
Datum uitspraak: 7 mei 2026

SAMENVATTING

Deze zaak gaat over de vraag of de rechtbank terecht heeft bepaald dat betrokkene wegens een uitzonderlijke situatie in aanmerking komt voor een hoog pkb van maximaal 1000 kilometer per jaar. De Raad beantwoordt deze vraag ontkennend. Naar het oordeel van de Raad is geen sprake van een uitzonderlijke situatie die afwijking van de criteria in het Indicatieprotocol rechtvaardigt. De toepassing van de criteria in het Indicatieprotocol leidt in dit concrete geval namelijk niet tot een uitkomst die onredelijk bezwarend voor betrokkene uitpakt. Dit betekent dat voor het toekennen van een hoog pkb geen aanleiding bestaat.

PROCESVERLOOP

MedTadvies hoger beroep ingesteld. Betrokkene heeft een verweerschrift ingediend.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 26 maart 2026. MedTadvies heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J. Ramnath. Betrokkene is verschenen, bijgestaan door [naam schoonzoon] (schoonzoon).

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
1.1.
Betrokkene, geboren in 1939, heeft beperkingen in haar mobiliteit. Zij beschikt over een Valys-pas met een standaard persoonlijk kilometerbudget (standaard pkb). Namens betrokkene is een aanvraag ingediend om toekenning van een hoog persoonlijk kilometerbudget (hoog pkb).
1.2.
Bij besluit van 10 januari 2024, gehandhaafd bij beslissing op bezwaar van 5 februari 2024 (bestreden besluit), heeft MedTadvies de aanvraag van betrokkene afgewezen. Het bestreden besluit berust op het standpunt dat betrokkene strikt medisch gezien in staat is om met begeleiding en/of een hulpmiddel (bijvoorbeeld een rolstoel of scootmobiel) te reizen met de trein.
Uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft het beroep van betrokkene gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, het besluit van 10 januari 2024 herroepen en zelf in de zaak voorzien door aan betrokkene een hoog pkb van maximaal 1000 kilometer per jaar toe te kennen. De rechtbank heeft (samengevat en voor zover van belang) geoordeeld dat betrokkene, ondanks haar medische beperkingen, met gebruikmaking van een hulpmiddel en/of begeleiding – strikt medisch gezien – in staat kan worden geacht met de trein te reizen. In het Indicatieprotocol Hoog Persoonlijk Kilometer Budget (Indicatieprotocol) is opgenomen dat als onderdeel van de inhoudelijke beoordeling ook dient te worden gekeken of sprake is van een uitzonderlijke situatie die afwijking van de criteria in het Indicatieprotocol rechtvaardigt. Een dergelijke uitzonderlijke situatie is hier aan de orde. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat er geen treinverbinding is tussen de woonplaats van betrokkene op Walcheren ( [woonplaats] ) en de door haar gewenste eindbestemmingen. Door de geografische indeling van Zeeland is binnen een straal van 50 kilometer geen treinstation met NSassistentie aanwezig bij haar eindbestemmingen in Zeeuws-Vlaanderen ( [plaats 1] en [plaats 2] ) of Schouwen-Duiveland ( [plaats 3] ). Ook heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat het voor betrokkene ondoenlijk is om met de trein in combinatie met ander openbaar vervoer van het ene naar het andere eiland in Zeeland te reizen. Betrokkene moet de taxiritten naar haar (schoon)familie nu zelf betalen en dat kost veel geld, omdat het gaat over ritten van ongeveer 50 tot 60 kilometer enkele reis. De rechtbank heeft in deze uitzonderlijke situatie aanleiding gezien om aan betrokkene conform haar verzoek een hoog pkb van maximaal 1000 kilometer per jaar toe te kennen.
Het standpunt van MedTadvies
3. MedTadvies is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens en heeft – samengevat en voor zover van belang – aangevoerd dat betrokkene ten onrechte wegens een uitzonderlijke situatie in aanmerking is gebracht voor een hoog pkb van maximaal 1000 kilometer per jaar.

Het oordeel van de Raad

4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit heeft vernietigd aan de hand van wat MedTadvies in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep slaagt. Hierna legt de Raad uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. De regels die voor de beoordeling van het hoger beroep belangrijk zijn, zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
4.1.
MedTadvies vervult in het stelsel van het bovenregionaal sociaal recreatief vervoer voor reizigers met een mobiliteitsbeperking, Valys geheten, de rol die voorheen werd vervuld door FMMU Advies B.V. [1] Valys houdt – kort samengevat – in dat aan degene die op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 beschikt over een vervoersvoorziening of een rolstoel, of een scootmobiel of OV-begeleiderskaart, een zogeheten Valys-pas kan worden verstrekt. De houder van een Valys-pas krijgt de beschikking over een standaard pkb. Voor reizigers die door medische en/of ergonomische beperkingen niet in staat zijn om met de trein te reizen en geen vervoersalternatief hebben, kan worden voorzien in een hoog pkb. Voor een hoog pkb komen alleen die reizigers met een beperking in aanmerking die daarvoor zijn geïndiceerd op grond van het Indicatieprotocol. [2]
4.2.
De bij de inhoudelijke beoordeling van de aanvraag om indicatie voor een hoog pkb aan te leggen beoordelingscriteria zijn neergelegd in het hiervoor genoemde Indicatieprotocol. In de toelichting in het Indicatieprotocol is vermeld dat omgevingsgebonden factoren, zoals de bereikbaarheid en toegankelijkheid van stations en perrons, in beginsel geen reden vormen voor toekenning van een hoog pkb. Verder is daarin vermeld dat onderdeel van de inhoudelijke beoordeling is of sprake is van een uitzonderlijke situatie die afwijking van de criteria in het Indicatieprotocol rechtvaardigt. Er kan sprake zijn van een uitzonderlijke situatie als het dichtstbijzijnde station met NSassistentieverlening op een dusdanig grote afstand van de woon- of verblijfplaats van de aanvrager is gelegen dat redelijkerwijs niet kan worden gezegd dat het gemaximeerde aantal kilometers van het standaard pkb op jaarbasis toereikend is om de met het Valys-systeem beoogde doelstelling in dat individuele geval te realiseren. Het feit dat vrienden en familie ver weg wonen vormt in beginsel geen bijzondere omstandigheid die afwijking van het protocol rechtvaardigt. De Raad oordeelt dat – gelet op de hiervoor geschetste nietlimitatieve opsomming – ook situaties die niet in het Indicatieprotocol staan beschreven als uitzonderlijk kunnen worden aangemerkt. Dit betekent dat zich ook andere situaties kunnen voordoen op grond waarvan een belanghebbende in afwijking van het Indicatieprotocol, toch in aanmerking moet worden gebracht voor een hoog pkb. Voor beantwoording van de vraag of sprake is van een uitzonderlijke situatie acht de Raad van belang of toepassing van het Indicatieprotocol in het concrete geval leidt tot een uitkomst die voor de belanghebbende onredelijk bezwarend is. [3] Naar het oordeel van de Raad is van een dergelijke situatie hier geen sprake. Daartoe overweegt de Raad als volgt.
4.3.
Betrokkene wenst een hoog pkb omdat zij wegens een beperkt treinnetwerk in Zeeland logistieke problemen ervaart bij het bezoeken van haar (schoon)familie in ZeeuwsVlaanderen en Schouwen-Duiveland. Naar het oordeel van de Raad is het Indicatieprotocol niet bedoeld om voor dit probleem een oplossing te bieden. Van een uitzonderlijke situatie in de zin van het Indicatieprotocol kan sprake zijn indien het gemaximeerde aantal kilometers van het standaard pkb op jaarbasis niet toereikend is om de met het Valyssysteem beoogde doelstelling, bovenregionaal sociaal recreatief vervoer voor reizigers met een mobiliteitsbeperking, in het individuele geval te realiseren. Een dergelijke situatie doet zich hier niet voor. Betrokkene is medisch gezien in staat om met gebruikmaking van een hulpmiddel en/of begeleiding bovenregionale sociaal-recreatieve treinreizen te maken en kan daardoor de door Valys beoogde doelstelling verwezenlijken. De omstandigheid dat familie ver weg woont is daarnaast geen omstandigheid die afwijking van de criteria in het Indicatieprotocol rechtvaardigt. [4] Wat betrokkene heeft aangevoerd vormt geen reden om hiervan af te wijken. Met het standaard pkb heeft betrokkene bovendien de mogelijkheid om tot ongeveer zeven keer per jaar haar (schoon)familie in Zeeland te bezoeken. Naar het oordeel van de Raad leidt toepassing van de criteria in het Indicatieprotocol in dit concrete geval derhalve niet tot een uitkomst die onredelijk bezwarend voor betrokkene uitpakt.

Conclusie en gevolgen

4.4.
Uit wat is overwogen in 4.1 tot en met 4.3 volgt dat de aangevallen uitspraak niet in stand kan blijven en moet worden vernietigd. De Raad zal het beroep van betrokkene ongegrond verklaren. Dit betekent dat voor het toekennen van een hoog pkb geen aanleiding bestaat.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
  • vernietigt de aangevallen uitspraak;
  • verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door L.M. Tobé als voorzitter en M.A.H. van Dalen-van Bekkum en K.H. Sanders als leden, in tegenwoordigheid van A.A. Verweij als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 mei 2026.

(getekend) L.M. Tobé

(getekend) A.A. Verweij

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke regels

Indicatieprotocol Hoog Persoonlijk Kilometer Budget
Paragraaf 3 – Criteria
Een aanvrager komt in aanmerking voor een hoog pkb als:
de aanvrager beschikt over een Wmo-vervoersvoorziening, een Wmo-rolstoel, scootmobiel of OV-begeleiderskaart en
gebruik moet maken van een rolstoel of scootmobiel waarvan gewicht, en/of maatvoering in combinatie met de aanvrager (de zogenaamde ‘mens-machinecombinatie’) zodanig is dat deze de grenzen van mogelijkheid tot hulpverlening door de NS overschrijden en/of
door persoonsgebonden medische beperkingen van chronische aard vanuit strikt medische optiek niet in staat is met de trein te reizen.
Toelichting
FMMU Advies onderzoekt aan de hand van de bij de aanvraag gevoegde documenten of de aanvrager beschikt over één van de onder 1. genoemde documenten.
Indien de aanvrager beschikt over de onder 1. genoemde documenten en alle onder paragraaf 2 genoemde noodzakelijke documenten voor de beoordeling zijn ingediend, vindt een inhoudelijke beoordeling plaats.
Doel van de inhoudelijke beoordeling is vast te stellen of een aanvrager gezien zijn ergonomische belemmeringen (criterium 2) en/of chronische medische toetsbare beperkingen (criterium 3) niet met de trein kan reizen. Omgevingsgebonden factoren, zoals de bereikbaarheid en toegankelijkheid van stations en perrons, zijn in beginsel geen reden voor toekenning van een hoog pkb.
FMMU Advies gaat er bij de beoordeling van uit dat pashouders bij het reizen zo nodig gebruik maken van individuele begeleiding en/of de door NS en Valys ter beschikking gestelde voorzieningen, zoals invalidentoiletten in de stations en in de treinen en NS-assistentieverlening. De aanvrager is zelf verantwoordelijk voor het verzorgen van eventuele begeleiding tijdens de reis.
Onderdeel van de inhoudelijke beoordeling is of er sprake is van een uitzonderlijke situatie die afwijking van de criteria in het protocol rechtvaardigt. Er kan sprake zijn van een uitzonderlijke situatie als het dichtstbijzijnde station met NS-assistentieverlening op een dusdanig grote afstand van de woon- of verblijfplaats van de aanvrager is gelegen dat redelijkerwijs niet kan worden gezegd dat het gemaximeerde aantal kilometers van het standaard pkb op jaarbasis toereikend is om de met het Valys systeem beoogde doelstelling in dat individuele geval te realiseren. Bij het berekenen van de afstand tot het dichtstbijzijnde station met assistentieverlening wordt rekening gehouden met het feit dat een aanvrager gebruik kan maken van regionaal vervoer dat door de gemeente wordt georganiseerd. Het feit dat vrienden en familie ver weg wonen vormt in beginsel geen bijzondere omstandigheid die afwijking van het protocol rechtvaardigt.
FMMU Advies verricht het onderzoek in overeenstemming met de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht.
Het onderzoek wordt uitgevoerd door een opgeleide indicatieadviseur met een (para)medische of verpleegkundige opleiding op HBO-niveau.
Het onderzoek wordt uitgevoerd door een BIG-geregistreerde arts als uit de bij de aanvraag gevoegde medische gegevens blijkt dat bij de aanvrager sprake is van een progressieve aandoening en onvoldoende zicht bestaat op de ontwikkeling daarvan.

Voetnoten

1.Vergelijk de uitspraak van de Raad van 15 augustus 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2554.
2.Kamerstukken II 2003/04, 29 200 XVI, nr. 184, blz. 2-3.
3.Zie ook de uitspraak van de Raad van 7 mei 2026 (ECLI:NL:CRVB:2026:513).
4.Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Raad van 6 april 2022 (ECLI:NL:CRVB:2022:1049) en 23 augustus 2023 (ECLI:NL:CRVB:2023:1643).