ECLI:NL:CRVB:2026:564
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding na onvoldoende onderbouwing psychische schade bij Wmo-besluit
Appellante, bekend met het Arnold Chiari Syndroom en met kinderen met ernstige medische aandoeningen, verzocht het college om ondersteuning op grond van de Wmo 2015. Het college wees haar verzoeken deels af, waarna de rechtbank deze besluiten vernietigde wegens schending van de artikelen 3:2 en 7:12 van de Awb en het college opdroeg nieuwe besluiten te nemen.
Appellante vorderde daarnaast een schadevergoeding van €5.000,- wegens de vertraging en onrechtmatigheid in de besluitvorming. De rechtbank wees dit verzoek af omdat niet was aangetoond dat sprake was van een aantasting in de persoon, zoals psychische schade.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze afwijzing. Hoewel het college onrechtmatig had gehandeld, was onvoldoende concreet bewijs geleverd dat appellante psychische schade had geleden. De enkele stelling dat haar echtgenoot overbelast raakte, was onvoldoende. De Raad benadrukte dat bij een normschending de nadelige gevolgen niet zonder meer aannemelijk zijn en dat concrete gegevens noodzakelijk zijn om een schadevergoeding toe te kennen.
De Raad wees het hoger beroep af en liet de afwijzing van de schadevergoeding in stand. Appellante kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De afwijzing van het verzoek om schadevergoeding wegens onvoldoende aannemelijk gemaakte psychische schade blijft in stand.