Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
)(betaald AVWB) +/+ € 259,43 (opgebouwd AVWB) = € 2.704,36.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving een WIA-uitkering en was daarnaast werkzaam als leerkracht. Het UWV beëindigde haar uitkering per 4 oktober 2023 omdat zij met inkomsten uit werk een jaar lang meer dan 65% van haar maatmaninkomen had verdiend. Appellante stelde dat het UWV het inkomen over december 2022 onjuist had vastgesteld, met name door een foutieve verwerking van de fiscale uitruil van reiskostenvergoeding.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellante onvoldoende had aangetoond dat de polisgegevens onjuist waren. De Raad bevestigt dit oordeel en wijst erop dat het UWV de berekening van het inkomen correct heeft uitgevoerd volgens de geldende beleidsregels en het Algemeen Inkomensbesluit.
De Raad benadrukt dat de reiskostenvergoeding terecht buiten het loon is gelaten en dat appellante inconsistent was in haar berekeningen. Het hoger beroep wordt verworpen, waardoor de beëindiging van de WIA-uitkering in stand blijft. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering wegens overschrijding van de inkomensgrens.