ECLI:NL:CRVB:2026:800
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering wijziging WAO-uitkering wegens geen toegenomen beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak
Appellant, voormalig beveiligingsbeambte, heeft sinds 1998 een WAO-uitkering wegens rug- en psychische klachten. Na diverse herbeoordelingen en verzoeken tot herziening van zijn uitkering, waarbij het UWV telkens weigerde de uitkering te wijzigen, stelde appellant dat zijn beperkingen waren toegenomen door dezelfde ziekteoorzaak. De rechtbank Den Haag vernietigde een eerdere afwijzing en beval het UWV tot een nieuwe beoordeling.
Het UWV voerde een nieuw medisch onderzoek uit, waarbij werd vastgesteld dat er geen toegenomen beperkingen waren ten opzichte van 2005 en dat de toename van klachten het gevolg was van een andere ziekteoorzaak, namelijk een CVA. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld, dat het ontbreken van een spreekuurcontact niet onzorgvuldig was, en dat de medische beoordeling juist was.
Appellants argumenten dat de CVA voortkwam uit dezelfde ziekteoorzaak en dat hij verzekerd was via werk en WW werden verworpen. De Raad bevestigde het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond, waardoor de weigering van het UWV om terug te komen op de eerdere besluiten in stand blijft.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om terug te komen op de besluiten tot weigering wijziging van de WAO-uitkering.