ECLI:NL:CRVB:2026:88
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering terugkomen op garantiebedrag Wajong-uitkering na wetswijziging
Appellant ontvangt sinds 2004 een Wajong-uitkering en per 1 april 2018 een uitkering op grond van de voortgezette werkregeling. Het UWV stelde het garantiebedrag per 1 januari 2021 vast op € 25,02 per dag na bezwaar. Appellant verzocht later om terug te komen op dit besluit en een hoger bedrag toe te kennen, verwijzend naar een wetswijziging en een nieuw toegevoegd vierde lid aan artikel 2 van Pro het Besluit garantiebedrag Wajong.
Het UWV wees dit verzoek af omdat er geen sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zoals vereist in artikel 4:6 Awb Pro. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het UWV het garantiebedrag terecht had vastgesteld volgens de hoofdregel van het Besluit en niet volgens de uitzonderingsbepaling van het vierde lid.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad stelt vast dat appellant niet valt onder de werking van het vierde lid omdat zijn inkomen in december 2020 en januari 2021 niet vast was, en de lagere uitkering in januari 2021 niet het directe gevolg was van de wetswijziging. De weigering om terug te komen op het besluit is niet evident onredelijk en het oorspronkelijke besluit is niet onjuist. Het hoger beroep van appellant wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV om niet terug te komen op het garantiebedrag blijft in stand.