ECLI:NL:CRVB:2026:880
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening bijstand naar kostendelersnorm wegens niet-commerciële huurrelatie
Appellant ontvangt sinds 2017 bijstand en huurt een kamer van verhuurder Y, die ook op het adres woont. Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad trok de bijstand in 2022 in wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding, maar de rechtbank vernietigde dit besluit in 2024 wegens onvoldoende bewijs van wederzijdse zorg.
Het college herzag daarop het besluit en paste de bijstand aan naar de kostendelersnorm, omdat geen sprake was van een zuiver commerciële relatie tussen appellant en Y. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de huurprijs commercieel was en dat de huurprijs vanaf juli 2023 was geïndexeerd, maar kon niet aantonen dat hij de geïndexeerde huur daadwerkelijk betaalde.
De Raad oordeelde dat de huurprijs slechts één element is voor het vaststellen van een commerciële relatie en dat het ontbreken van periodieke indexering tot juli 2023 en het feitelijke gebruik van de woning, inclusief zorgelementen zoals samen boodschappen doen en koken, wijzen op een niet-commerciële relatie. Het hoger beroep werd verworpen en de herziening van de bijstand naar de kostendelersnorm bleef in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat geen zuiver commerciële huurrelatie bestaat en handhaaft de herziening van de bijstand naar de kostendelersnorm.