ECLI:NL:CRVB:2026:894
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij weigering persoonsgebonden budget
Betrokkene ontving zorg in natura op grond van de Wet langdurige zorg en vroeg om omzetting naar een persoonsgebonden budget (pgb) met ingang van mei 2021. Het zorgkantoor weigerde het pgb vanwege onvolledige aanvraagstukken en twijfels over de uitvoering van de zorg door de gewaarborgde hulp.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze weigering ongegrond. Appellanten, de erven van betrokkene, gingen in hoger beroep omdat zij van mening waren dat het zorgkantoor ten onrechte het pgb had geweigerd.
De Centrale Raad van Beroep stelde ambtshalve vast dat appellanten geen procesbelang hadden bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep. De nalatenschap van betrokkene bevatte geen baten, alleen schulden, waardoor een gunstige uitspraak geen feitelijke betekenis zou hebben.
Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk en kwam niet toe aan de inhoudelijke beoordeling. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.