ECLI:NL:CRVB:2026:909
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroepen wegens te late indiening tegen besluiten bijzondere bijstand
Appellante had bezwaar gemaakt tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Den Helder betreffende de afwijzing en intrekking van bijzondere bijstand. Deze bezwaren werden niet-ontvankelijk verklaard door het college omdat zij niet tijdig waren ingediend. Appellante stelde hoger beroep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.
De rechtbank bevestigde de niet-ontvankelijkheid omdat het beroepschrift pas op 23 januari 2023 werd ontvangen, terwijl de beroepstermijn op 5 januari 2023 was geëindigd. Appellante en haar gemachtigde voerden aan dat er een bindende afspraak was dat besluiten ook per gewone post zouden worden verzonden en dat de termijn daardoor niet redelijk was verlopen. Ook werd gesteld dat het college bewust de termijn had laten verlopen om het recht op een eerlijk proces te frustreren.
De Raad oordeelde dat de besluiten rechtsgeldig op 23 november 2022 aangetekend waren verzonden en dat de beroepstermijn correct was gestart op 24 november 2022. Er was geen bindende afspraak over toezending per gewone post en de termijnoverschrijding kon niet worden toegerekend aan het college. De gemachtigde had voldoende tijd om tijdig beroep in te stellen en had dit niet tijdig gedaan. Er waren geen bijzondere omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar maakten.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De bestreden besluiten blijven in stand en appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De beroepen van appellante tegen de besluiten over bijzondere bijstand zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder verschoonbare omstandigheden.