ECLI:NL:CRVB:2024:972
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij UWV-besluit
Appellant, geboren in Marokko en voormalig werknemer in Nederland, maakte bezwaar tegen een UWV-besluit waarin zijn aanspraken uit de arbeidsongeschiktheidsverzekering werden afgewezen. Het bezwaar werd echter te laat ingediend, buiten de wettelijke termijn van zes weken. Het UWV verklaarde het bezwaar daarom niet-ontvankelijk.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege zijn beperkte beheersing van de Nederlandse taal en de afgelegen woonplaats in Marokko, waardoor het lastig was het besluit tijdig te lezen en te begrijpen. De Raad oordeelde echter dat deze omstandigheden geen bijzondere omstandigheden vormen die de termijnoverschrijding rechtvaardigen. Bovendien had appellant eerder al tijdig bezwaar en beroep ingesteld tegen soortgelijke besluiten, wat erop wijst dat hij op de hoogte was van de procedurele termijnen.
De Raad concludeerde dat het niet tijdig indienen van het bezwaarschrift aan appellant kan worden toegerekend en dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bleef in stand. Appellant kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.