ECLI:NL:CRVB:2026:936
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag nabestaandenuitkering ANW wegens niet-verzekerd zijn echtgenoot
Appellante vroeg een nabestaandenuitkering aan op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar echtgenoot in 2022. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de echtgenoot op het moment van overlijden niet verzekerd was voor de ANW en ook niet onder de Marokkaanse socialezekerheidswetgeving viel.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en bevestigde het besluit van de Svb. Appellante stelde in hoger beroep dat haar echtgenoot wel ingezetene van Nederland was en dat de ingezetenschapseis in strijd was met het Nederlands-Marokkaanse Verdrag (NMV) en het evenredigheidsbeginsel. De Raad verwierp deze stellingen en oordeelde dat de echtgenoot sinds 1998 niet meer in Nederland woonde, geen duurzame band met Nederland had en niet verzekerd was volgens de Marokkaanse wetgeving.
De Raad stelde dat de financiële situatie van appellante geen grond is voor het toekennen van een ANW-uitkering en dat er geen sprake is van schending van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens of het rechtszekerheidsbeginsel. Ook de hardheidsclausule bood geen ruimte voor toekenning. Het hoger beroep werd afgewezen en de afwijzing van de aanvraag bleef in stand.
Uitkomst: De aanvraag om een nabestaandenuitkering op grond van de ANW wordt afgewezen omdat de echtgenoot van appellante niet verzekerd was op het moment van overlijden.