ECLI:NL:CRVB:2026:938
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- A.M. Overbeeke
- A.T. Dannenberg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens te lang verblijf in buitenland en schending inlichtingenplicht
Appellante ontving een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) naast het AOW-pensioen van haar overleden echtgenoot. Na een verblijf in Suriname, langer dan de toegestane vier weken, en zonder melding hiervan aan de Sociale Verzekeringsbank (Svb), werd de bijstand ingetrokken en teruggevorderd.
De Svb handhaafde dit besluit na bezwaar. Appellante voerde aan dat er dringende redenen waren om van terugvordering af te zien, zoals de dialyse-afhankelijkheid en het overlijden van haar echtgenoot, haar lage inkomen en schulden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel.
De Raad oordeelde dat de terugvordering niet door de Svb is veroorzaakt, maar door het feit dat appellante haar inlichtingenplicht schond. Zij heeft niet aannemelijk gemaakt dat deze schending haar niet te verwijten valt. De persoonlijke omstandigheden van appellante waren geen reden voor de Svb om af te zien van terugvordering. De financiële gevolgen worden beschermd door beslagvrije voetregels.
De Centrale Raad van Beroep concludeert dat de belangenafweging van de Svb niet onevenwichtig was en dat de terugvordering terecht in stand blijft. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: De terugvordering van bijstand wegens te lang verblijf in het buitenland en schending van de inlichtingenplicht wordt bevestigd.