ECLI:NL:CRVB:2026:949
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag duofiets als maatwerkvoorziening Wmo 2015 bevestigd
Appellante, geboren in 2010 met een verstandelijke beperking en psychische problematiek, vroeg het college om een duofiets als maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015. Het college wees de aanvraag af omdat appellante met hulp van haar vader en familie lopend of met de auto alle relevante bestemmingen kan bereiken en zo voldoende kan participeren.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond en oordeelde dat het college zorgvuldig onderzoek had verricht en dat recreatieve doeleinden zoals een fietstocht met de duofiets niet onder de compensatieplicht van de Wmo vallen. Appellante ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college terecht geen aanvullend medisch onderzoek heeft verricht en dat het ondersteuningsplan een juist beeld geeft van de situatie van appellante. Verder is vastgesteld dat appellante met de beschikbare vervoersmogelijkheden in redelijke mate kan participeren. De recreatieve aanvraag voor de duofiets levert geen aanvullende compensatieplicht op omdat appellante ook zonder duofiets voldoende participatie kan realiseren.
Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de aanvraag blijft in stand. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor een duofiets als maatwerkvoorziening wordt bevestigd omdat appellante voldoende kan participeren met eigen mogelijkheden en hulp van familie.