ECLI:NL:GHAMS:2001:AD3939
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Smit
- Den Boer
- Van Vijfeijken
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over ontslagvergoeding van in Nederland werkzame gedetacheerde werknemer
Belanghebbende was van 1985 tot 1998 in dienst bij een Nederlandse vennootschap en werkte deels in België en Luxemburg als gedetacheerde. Hij was onbezoldigd bestuurder van de Belgische vennootschap. Bij beëindiging van zijn dienstverband ontving hij een ontslagvergoeding van 1.250.000 gulden, berekend op basis van zijn totale diensttijd en leeftijd, inclusief de periode in België.
De inspecteur hield loonbelasting in over de volledige ontslagvergoeding, terwijl belanghebbende betoogde dat alleen een evenredig deel aan Nederland toekwam en het bestuurdersartikel van het belastingverdrag met België van toepassing was. Het hof oordeelde dat de ontslagvergoeding niet direct verband houdt met de in België verrichte arbeid, maar voortkomt uit het ontslag uit een Nederlandse dienstbetrekking en de daaruit voortvloeiende schade.
De vergoeding was doorbelast aan de Duitse moedermaatschappij en niet aan de Belgische vennootschap, waardoor België geen heffingsrecht toekomt. Het hof wees ook het verzoek tot schadevergoeding af omdat belanghebbende de schade niet aannemelijk had gemaakt. Het beroep werd ongegrond verklaard en de volledige inhouding van loonbelasting bevestigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat Nederland het volledige heffingsrecht heeft over de ontslagvergoeding en wijst het beroep van belanghebbende af.