ECLI:NL:GHAMS:2004:AS2535
Gerechtshof Amsterdam
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten bezwaar tegen onjuiste voorlopige aanslag inkomstenbelasting
Belanghebbende diende bezwaar in tegen een voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2002 die onjuist bleek door een administratieve fout van de Belastingdienst. De aanslag werd verminderd tot het juiste bedrag, maar de inspecteur weigerde vergoeding van de kosten van het bezwaar.
Het Hof stelde vast dat de voorlopige aanslag niet was gebaseerd op een schatting, maar op de door belanghebbende ingediende aangifte. De fout was aan de Belastingdienst te wijten en werd herroepen. Het Hof oordeelde dat het indienen van een bezwaarschrift in deze situatie onvermijdelijk was, omdat telefonisch herstel niet mogelijk was.
Hoewel bijstand van een gemachtigde niet noodzakelijk is voor het indienen van een bezwaar, is het niet onredelijk dat een belastingplichtige zonder juridische achtergrond deze inschakelt. Belanghebbende had geprobeerd de zaak telefonisch af te handelen, maar dat lukte niet. Daarom was het redelijk de kosten van rechtsbijstand te vergoeden.
Het Hof veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van de proceskosten van bezwaar en beroep, en tot vergoeding van het griffierecht. De uitspraak bevestigt dat kostenvergoeding ook mogelijk is bij voorlopige aanslagen indien sprake is van aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.
Uitkomst: Het hof veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van de proceskosten van bezwaar en beroep wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.