ECLI:NL:GHAMS:2005:AU3991
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- G.T.K. Meussen
- E. Polak
- Rechtspraak.nl
Aftrekbaarheid advocaatkosten bij periodieke uitkeringen WUV en WUBO
Belanghebbende ontvangt periodieke uitkeringen op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (WUV) en de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (WUBO). Deze uitkeringen zijn volgens artikel 34 Wet Pro Loonbelasting (Wet Lb) en artikel 11 van Pro het Uitvoeringsbesluit Loonbelasting aangemerkt als inkomsten uit vroegere arbeid, oftewel loon.
Belanghebbende bracht in haar aangifte advocaatkosten ter hoogte van €8.264 in aftrek, gemaakt voor het instandhouden en correct vaststellen van de uitkering. De inspecteur weigerde deze aftrek, wat leidde tot een hoger belastbaar inkomen. Het geschil betrof de vraag of deze kosten aftrekbaar zijn als kosten ter verwerving, inning of behoud van de uitkeringen.
Het hof oordeelt dat de kwalificatie van deze uitkeringen als loon niet in overeenstemming is met de bedoeling van de wetgever bij invoering van artikel 34 Wet Pro Lb, die slechts vergemakkelijking van de heffing beoogde en niet verzwaring. Bovendien leidt het gelijkheidsbeginsel tot het oordeel dat belanghebbende recht heeft op aftrek van de gemaakte kosten, aangezien anders sprake is van ongelijke behandeling zonder objectieve rechtvaardiging.
Het hof vernietigt de uitspraak van de inspecteur, vermindert de aanslag tot het door belanghebbende opgegeven belastbare inkomen van €64.684 en veroordeelt de inspecteur in de proceskosten. De uitspraak bevestigt het belang van een juiste fiscale kwalificatie van uitkeringen en de toepassing van het gelijkheidsbeginsel in belastingzaken.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslag verminderd tot het door belanghebbende opgegeven belastbare inkomen van €64.684 met aftrek van advocaatkosten.