ECLI:NL:GHAMS:2006:AV8245
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Visser
- R.J.M. Smit
- A.C. Faber
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige opname in incidentenregister wegens vermeende hypotheekfraude niet gerechtvaardigd
In deze zaak ging het om de opname van geïntimeerden in het incidentenregister van ING Bank en het daaraan gekoppelde extern verwijzingsregister vanwege vermeende hypotheekfraude. ING stelde dat geïntimeerden betrokken waren bij het verstrekken van valse werkgeversverklaringen en loonstroken bij hypotheekaanvragen.
Geïntimeerden verzochten op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) de verwijdering van hun gegevens uit deze registers. De rechtbank wees dit verzoek toe en legde een dwangsom op aan ING. ING ging in hoger beroep tegen deze beschikking.
Het hof stelde vast dat opname in het incidentenregister verstrekkende gevolgen kan hebben en dat daarom hoge eisen aan het bewijs van fraude moeten worden gesteld. ING kon niet aantonen dat geïntimeerde sub 1 de ondertekende werkgeversverklaring daadwerkelijk had ondertekend. Daarnaast waren de door geïntimeerden overgelegde loonstroken, jaaropgaven en bankafschriften voldoende om het vermoeden van fraude niet te staven.
Het hof oordeelde dat ING tekort was geschoten in het leveren van voldoende bewijs en bekrachtigde de beschikking van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking dat ING onrechtmatig persoonsgegevens van geïntimeerden in het incidentenregister heeft opgenomen en wijst het hoger beroep van ING af.