ECLI:NL:GHAMS:2008:BC5432
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.A.G. van der Ouderaa
- E.F. Faase
- E. van Waaijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag loonbelasting en vergrijpboete wegens afdrachtverschil
Belanghebbende, een B.V., had in de loonbelastingaangifte over 2001 een lager loon en ingehouden loonbelasting opgegeven dan volgens de loonbelastingkaart correct was. De inspecteur legde een naheffingsaanslag op wegens het verschil in afdracht van € 9.620, samen met een vergrijpboete en heffingsrente.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond voor de naheffingsaanslag en heffingsrente, maar matigde de boete wegens overschrijding van de redelijke termijn. Belanghebbende ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. Het Hof bevestigde dat het eindheffingsregime van artikel 31 Wet Pro op de loonbelasting 1964 van toepassing is en dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd, ook al was de aanslag lager dan strikt volgens de wet vereist.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende grove schuld had omdat zij bij het opmaken van de jaarstukken al op de hoogte had kunnen zijn van het tekort en desondanks geen suppletieaangifte deed. De opgelegde boete van 25% werd passend geacht. De eerdere vermindering wegens termijnoverschrijding bleef gehandhaafd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag en vergrijpboete worden bevestigd.