ECLI:NL:GHAMS:2008:BG5157
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- P.L.R. Wefers Bettink
- G.P.M. van den Dungen
- M.J. van Zutphen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep omgangsregeling en voogdij minderjarige Donna na draagmoederschap
De zaak betreft een hoger beroep van de biologische vader en zijn echtgenote tegen diverse beschikkingen van de rechtbank Utrecht inzake de voogdij en omgang met Donna, een minderjarige geboren uit draagmoederschap. De draagmoeder werd geïnsemineerd met sperma van verzoeker, waarna Donna werd geboren en kort na geboorte bij pleegouders in Nederland verbleef. De rechtbank had verzoekers niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoek tot omgang en ontzetting van de pleegmoeder uit de tijdelijke voogdij.
Het hof oordeelt dat verzoeker de biologische vader is en daardoor ontvankelijk in zijn verzoek tot omgang. Uit diverse omstandigheden, waaronder het contact tussen verzoeker en de draagmoeder voor en tijdens de zwangerschap, blijkt een nauwe persoonlijke betrekking tussen verzoeker en Donna. Het hof vernietigt daarom het deel van de beschikking dat verzoekers niet-ontvankelijk verklaarde in het omgangsverzoek.
Desalniettemin wijst het hof het verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling af, omdat Donna nog niet op de hoogte is van haar biologische afkomst en het belang van Donna zich tegen omgang verzet. Er is een zorgvuldig traject opgezet om Donna met deskundige hulp over haar ontstaansgeschiedenis te informeren. Het hof bekrachtigt verder de ondertoezichtstelling en wijst verzoeken tot ontzetting van de pleegmoeder en uithuisplaatsing af. De kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Verzoeker is ontvankelijk in het verzoek tot omgang, maar het verzoek tot omgangsregeling wordt afgewezen; overige rechtbankbeschikkingen worden bekrachtigd.