ECLI:NL:GHAMS:2009:BI9008
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. Krikke
- R.M. Steinhaus
- F.M.D. Aardema
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM wegens onvoldoende toetsing toepassing artikel 31 Vluchtelingenverdrag bij vervolging gebruik vals paspoort
De verdachte werd vervolgd wegens het gebruik van een vals paspoort bij het aanvragen van asiel in Nederland. Het hof beoordeelde of het openbaar ministerie ontvankelijk was in de vervolging, mede aan de hand van artikel 31, eerste lid, van het Vluchtelingenverdrag dat strafsancties verbiedt voor vluchtelingen die onrechtmatig binnenkomen onder bepaalde voorwaarden.
De advocaat-generaal stelde dat het gebruik van een vals paspoort een illegale binnenkomst oplevert en dat de verdachte niet aan de voorwaarden van artikel 31 voldeed Pro, omdat hij niet onverwijld asiel heeft aangevraagd en via meerdere landen reisde. De raadsvrouw betoogde dat het ontbreken van een landelijk vervolgingsbeleid leidt tot willekeur en dat verdachte wel onder de bescherming van artikel 31 valt Pro.
Het hof oordeelde dat het openbaar ministerie onvoldoende behoedzaam heeft gehandeld door niet af te wachten of de verdachte daadwerkelijk onder de bescherming van artikel 31 valt Pro. Het beleid van het OM Haarlem wijkt af van het landelijke beleid en houdt onvoldoende rekening met individuele omstandigheden, zoals het verblijf in transitlanden. Daarom verklaarde het hof het OM niet-ontvankelijk in de vervolging van de verdachte.
Het arrest benadrukt dat de beoordeling van de toepasselijkheid van artikel 31 in Pro de fase van ontvankelijkheid van het OM moet plaatsvinden en dat vervolging van vluchtelingen die onder deze bescherming vallen niet gerechtvaardigd is. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht door het OM niet-ontvankelijk te verklaren.
Uitkomst: Het openbaar ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de strafvervolging wegens onvoldoende toetsing toepassing artikel 31 Vluchtelingenverdrag.